Voorlopige hechtenis

In geval de officier van justitie besluit dat de jongere langer moet worden vastgehouden, zal hij deze voor de kinderrechter-commissaris brengen. Hier verzoekt de officier van justitie de inbewaringstelling van de verdachte. Deze inbewaringstelling kan maximaal 14 dagen duren.

Voordat de kinderrechter-commissaris hierover een beslissing neemt, toetst hij eerst of de verdachte terecht is vastgehouden. Hierna beslist hij over de inbewaringstelling. Bij deze beslissing wordt er gekeken naar alle juridische factoren en naar de persoonlijke omstandigheden van de jongere. Het uitgangspunt is dat een jongere in vrijheid het verloop van de strafzaak mag afwachten. 

Als de kinderrechter-commissaris beslist dat de verdachte in bewaring wordt gesteld, wordt hij/zij direct over gebracht naar een justitiële jeugdinrichting. In de volksmond wordt dit een jeugdgevangenis genoemd.

Binnen 14 dagen na de voorgeleiding vindt de raadkamerzitting plaats bij de rechtbank. Hier verzoekt de officier van justitie de jongere nog langer vast te houden. Die periode wordt de gevangenhouding genoemd. Deze gevangenhouding kan voor 30, 60 of 90 dagen worden gevraagd. Er kan worden verlengd, waarbij de jongere in totaal maximaal 90 dagen gevangen kan worden gehouden. De advocaat kan te allen tijde verzoeken om de voorlopige hechtenis op te heffen of deze te schorsen, dit laatste betekent dat de jongere onder bepaalde voorwaarden de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak thuis mag afwachten.

Binnen deze termijn van voorlopige hechtenis, die in totaal 104 dagen kan duren, moet er een zitting bij de rechtbank plaatsvinden. Het kan gaan om de inhoudelijke behandeling of om een pro forma zitting. Als het onderzoek is afgerond, vindt de inhoudelijke behandeling plaats. Als het onderzoek tegen de verdachte nog niet klaar is, dan volgt er een pro forma zitting. Dit betekent dat er op dat moment nog geen inhoudelijke behandeling plaatsvindt.  

Tijdens de pro forma zitting laat de officier van justitie zien hoe ver het onderzoek is. De advocaat kan daar verdere onderzoekswensen kenbaar maken, zoals verzoeken om bepaalde getuigen te mogen ondervragen, of aanvullende rapportage door deskundigen op te laten stellen. De rechtbank kan de zaak vervolgens aanhouden (uitstellen) voor maximaal 3 maanden. Dit betekent dat de volgende zitting 3 maanden later plaatsvindt. Hiermee wordt de voorlopige hechtenis van verdachte automatisch verlengd. De advocaat kan ook nu vragen om opheffing/ schorsing van de voorlopige hechtenis.