Straffen

Hoofdstraffen:

Taakstraf: werk-/leerstraf

De rechter kan er voor kiezen een alternatieve sanctie op te leggen, een taakstraf. Deze kan bestaan uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van deze twee. Als de rechter er voor kiest om een werkstraf op te leggen aan de jeugdige betekent dit dat de jeugdige onbetaalde arbeid moet verrichten, maar het kan ook betekenen dat de jeugdige werkzaamheden moet verrichten die de schade die is ontstaat door het strafbare feit herstellen. Naast deze werkstraf kan de rechter er ook voor kiezen om een leerstraf op te leggen. In dat geval verplicht hij de jeugdige tot het volgen van een leerproject, een verplichte training of cursus.

Geldboete

Wanneer de rechter een geldboete oplegt, zal hij rekening houden met de draagkracht van de jongere. De geldboete moet minimaal € 3 bedragen en mag maximaal € 3700 zijn.

Als de boete niet wordt betaald, kan deze worden omgezet in vervangende jeugddetentie of taakstraf.

Jeugddetentie

Jeugddetentie is de zwaarste strafvorm binnen het jeugdstrafrecht en wordt alleen door de rechter opgelegd wanneer er een ernstig strafbaar feit is gepleegd. Deze straf wordt uitgezeten in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Voor jongeren onder de 16 jaar kan jeugddetentie maximaal een jaar duren en bij minderjarigen van 16 en 17 jaar oud maximaal 2 jaar.

Bijkomende straffen:

Naast deze hoofdstraffen heeft de rechter ook de mogelijkheid om bijkomende straffen op te leggen. Deze bijkomende straffen kunnen zowel naast de hoofdstraf worden opgelegd als afzonderlijk.

Verbeurdverklaring

Een verbeurdverklaring van voorwerpen houdt in dat de jongere het eigendom over bepaalde goederen of over vermogen, geld, verliest. Het kan alleen maar gaan om goederen die verband houden met het strafbare feit waarvoor de jongere veroordeeld is.

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen

Wanneer de rechter de rijbevoegdheid ontzegt van een jongere, betekent dit dat de jongere zijn rijbewijs tijdelijk moet inleveren. Voor minderjarigen gaat dit om de bevoegdheid om brommer of scooter te mogen rijden.

Voorwaardelijke straffen

Een taakstraf, geldboete, jeugddetentie of ontzegging van de rijbevoegdheid kunnen ook voorwaardelijk worden opgelegd. Dit betekent dat de opgelegde straf deels of in zijn geheel (nog) niet ten uitvoer wordt gebracht. De rechter legt dan een proeftijd op (maximaal 2 jaar) waarbinnen de jeugdige niet opnieuw de fout in mag gaan. De jongere mag in elk geval niet nog een strafbaar feit plegen in de proeftijd. Hiernaast kan de rechter een aantal bijzondere voorwaarden opleggen waar de veroordeelde zich ook aan moet houden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een locatieverbod of het meewerken met jeugdreclassering.

Houdt de jongere zich niet aan de voorwaarden dan kan de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer worden gebracht. Dan moet de jongere dus bijvoorbeeld alsnog zitten of zijn rijbewijs inleveren. 

Naast straffen kan de rechter ook maatregelen opleggen.