Strafbeschikking

Het Openbaar Ministerie mag voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf een straf opleggen. Het gaat dan niet op vrijheidsbenemende straffen, maar bijvoorbeeld om een geldboete. In een dergelijke situatie komt de zaak dus niet voor de rechter.

Als de verdachte het niet eens is met de strafbeschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het Openbaar Ministerie. Pas dan komt de rechter in beeld en zal hij de zaak bekijken en beoordelen. Het verzet dient binnen 14 dagen te worden ingesteld. Op de achterzijde van de strafbeschikking staat vermeld hoe verzet kan worden ingesteld. Verzet heeft opschortende werking. Dat betekent dat de straf niet meteen hoeft te worden ondergaan, maar dat eerst het oordeel van de rechter kan worden afgewacht.

Voor het instellen van verzet (en voor een beoordeling van de slagingskans daarvan) kunt u zich wenden tot een advocaat: 

Bekijk de ledenlijst